Kippen, koffers en boeken

 

Mail maart 2016:
Aan vrienden en familie: 21 mei klusweekend in Pfaffenseifen!
Van: Christiaan en Olaf.

Naar Duitsland
Ik ben in Portugal en heb het plan – net als de jaren ervoor- om eind mei naar Nederland te rijden. Ik ga een weekendje naar Christiaan en Olaf om mee te helpen klussen. Ik rij dan gewoon via Duitsland naar Holland. Kan ik eindelijk hun droomhuis een keer zien. Ze vragen al jaren wanneer ik nou eens een keer naar Duitsland kom.

Ik ga die twee verrassen.

Pfaffenseifen
Pfaffenseifen ligt in het mid-westen van Duitsland, vlakbij Keulen en Bonn. Het is een dorp met twee huizen. Het dorp ligt in midden in het Westerwald. Het huis biedt ruimte voor een groepsaccommodatie voor maximaal 16 personen. Als extra een tweepersoonsappartement.

Christiaan is leraar op het voortgezet Dalton onderwijs in Almere. Olaf is het grootste gedeelte van de tijd in Pfaffenseifen, hij heeft zijn werk als editor neergelegd. Christiaan komt vrijwel elk weekend en in de schoolvakanties.

Hij is voornamelijk druk met één van de talloze verbouwingen. Het hout wat wordt gebruikt, wordt uit het bos gehaald.

Olaf kijkt verbaasd als hij mij voor de deur ziet staan: ‘Er wordt hier het komend weekend geklust geloof ik??’ zeg ik lachend. Het weerzien is ontzettend leuk!

Exchange
Omdat mijn busje een likje verf kan gebruiken, kom ik op het idee om ná het klusweekend een project te beginnen. Ik heb tijd zat. Ik wil het gereedschap van de heren gebruiken (schuurmachines en dergelijke) en in ruil daarvoor ga ik extra klusjes doen in het huis. Een exchange.

Goed plan!!

Kippen, koffers en boeken
Ik heb wilde ideeën. Oude plaatjes en teksten gaan van de bus en ik schilder hem zeegroen. Een mooie frisse kleur. Ik heb koffers op het dak geschilderd, maar ik wil meer. Kippen en boeken! Dagen zoek ik heel internet af naar leuke voorbeelden.

Schuren schuren en nog eens schuren
Het is een heidens karwij. Dag in dag uit sta ik het carrosserie te schuren met een ijzeren discipline. Soms laat ik even de moed zakken. Het is weer zo’n klus dat makkelijker lijkt dan de werkelijkheid. Soms lopen er wandelaars langs. Ze kijken en lopen stug door. Totdat er een passant stilstaat. Olaf staat erbij. Hij kijkt Olaf aan en zegt: ‘Die bus rijdt toch zeker niet meer he..?’

Na weken van ploeteren is de bus klaar! Zeegroen met hier en daar een bloemetje.

Het dak
Nu nog het dak. Ik heb mijn kippen, boeken en nog een paar koffers op een stuk behang getekend en ik heb er zin in! Als ik begin, zakt mijn enthousiasme met de minuut. Ik ben aan het klooien met het behangpapier, de tape laat los en ik kom er slecht bij. De kleuren die ik in mijn hoofd had, vloeken bij de kleur van de bus. Wat heb ik mij toch weer op mijn hals gehaald? ‘Jij ook altijd met je ideeën,’ hoor ik mijn moeder in mijn oor fluisteren.

Lekker volwassen
’s Avonds zitten we aan een wijntje. Een vriend uit Nederland is aangekomen. Hij heet Dries. Het gesprek gaat over een jongen van 21. Dries zegt dat de betreffende jongen de ene keer volwassen is en de andere keer een puber. Zo’n beetje tussen wal en schip. Ik stem mee, want ik ken de jongeman en neem knikkend een slokje van mijn glas. ‘Ja,’ zegt Dries, kijkend mijn kant op. Koffers en kippen op je dak, dat is lekker volwassen.’ Ik weet niet of je dat gevoel kent, maar het was net of er een moker tegen mijn voortanden werd geslagen. Dries zei het niet denigrerend of beledigend, hij zei het gewoon, zoals je gewoon iets zegt.

Huilend dak
De volgende dag ga ik stoïcijns door met mijn koffers. Hoezo niet volwassen?? Dit is kunst, Art de Provence!  Omdat ik de hele dag in de weer ben met lellen behang en tape dat loslaat, kan ik pas einde van de dag schilderen. De onderlaag van mijn koffers moet bruin. Vies bruin. De volgende ochtend kom ik gapend mijn bus uit en kijk naar het dak. Ik weet niet wat ik zie! Allemaal bruine strepen op mijn pas geschilderde bus. Door het vocht, van de afgelopen nacht, was de verf gaan druipen… Het lijkt alsof het dak huilt. Ik weet niet waar ik beginnen moet. Het is alsof ik in een slapstick film ben beland. Ik ren heen en weer en dep en veeg de bruine strepen met keuken papier van mijn bus. Gelukkig is het watergedragen verf.

Alles moet anders
Sacherijnig roep ik Teun en ga, zoals elke ochtend, een lange boswandeling maken.
‘Kippen en koffers… dat is lekker volwassen,’ gonst er door mijn hoofd. ‘Karin Johanna van der Waals,’ spreek ik mijzelf toe. ‘Je bent 51. Is het nodig al die toeters en bellen? Al dat werk, al dat gepieker of het er wel goed uit ziet? Of zé het er goed uit vinden zien. Heb je het nog nodig? Is het niet eens tijd om het gewoon eens keer te laten?’

Alles maar dan ook alles heb ik veranderd naar eigen smaak. Altijd en overal. Mijn woning heb ik geloof ik 24 keer verbouwd, mijn fiets was een kleurenfestijn met plastic bloemen en glitters. De berging heb ik behangen met 3D behang en op elke agenda plakte ik plaatjes. Mijn kleding, mijn tassen, mijn lampen, mijn schoenen en de raamkozijnen. Het heeft mij kapitalen gekost en een gepieker dát het is geweest! Dat wil je niet weten. Altijd op zoek naar die ene kleur. Naar dat leuke rekje. Naar dat bijzondere kraaltje. Als ik de tijd optel, de verloren tijd optel, had ik zes talen kunnen leren. Vind je het gek dat ik eeuwig in de rode cijfers stond.

Wit!
Na de wandeling ga ik naar Olaf en vraag of ik witte verf kan pakken. Ik had in de schuur een paar emmers opgestapeld zien staan. Hij stemt in. Ik loop de schuur in en pak een emmer witte verf. De bovenste. Achteraf gelukkig, want de andere emmers waren verf voor binnen, de emmer die ik te pakken had, was voor buiten. 

Vloekend en tierend
Ik weet niet waar de woede vandaan komt, maar ik vloek de hele ratsmodee van de Jordaan bij elkaar tijdens het witten. Alsof de geest uit de fles komt. Alle onderdrukte angst, woede en frustratie komt eruit. Angst wat er van mij wordt gevonden, of ik het wel goed doe en of ik wel leuk genoeg ben. Angst om afgewezen te worden. Angst om niet op te vallen. Angst om het leven als zigeunerin vol te houden. Angst om dik te worden. Angst om te falen. Angst om te slagen. Ik vloek het er allemaal uit. Bij elke streek witte verf komt het rook mijn oren uit. Als ik even pauze neem, eet ik zes witte boterhammen met een dikke laag pindakaas. Vette dikke pindakaas met boter. Ik kauw amper.

Het dak is wit… 

Klaar!
Het dak is klaar. Ik ben moe en ik voel rust. Stilte. Nog even twijfel ik om quasi nonchalant te zeggen dat ik in Portugal de koffers en de kippen op het dak ga schilderen. Omdat ik geen goede verf heb, bla , bla, bla. Ik doe het niet. Het is goed. Een wit dak. Trouwens van origine is de bus wit. Als ik later rijk ben, laat ik hem spuiten. Helemaal Wit!

Karin van der Waals

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Geef een reactie